Een vermoeden van troost

Brak lag de landweg
zo duidelijk als een klaar klontje
had niemand deze weg ooit betreden.

De strohalmen bogen hun frêle hoofden
strak in het pak van het rijtje waarin ze reden op de wind.

Was er in dat veld
langs de landweg
geen vermoeden van troost
zoals dat heet,
want ze waren met vele anonieme strohalmen
die onuitputtelijk bleven beven zonder besef.

Dat maakte hun sterven malser dan het
met dauw bedropen gras.

Daarin lagen zij uiteindelijk geoogst
en getroost
want hun leven was slechts onbewuste
poging tot
en meer wensen strohalmen nooit.

Deel met je vrienden:
Share on facebook
Share on twitter
Share on pinterest
Share on email
0
0
Jouw literatuur