Eenmaal slechts rood

Eenmaal slechts rood als de dageraad
ontwaakte de liefde in mij.
Ze verfde mijn lippen
met twijfel en onschuld.

Bijna weg gevlogen vogels
bijna opgeflakkerde kaarsen.
De maan stortte zichzelf uit over deze planeet
en alle kinderen van de nacht huilden regendruppels,
bestemd voor de voeding van de aarde.

Ze braken de wolken in stukjes
en wensten ze naar een ver verleden,
een verleden waar wolken en zwaarte bewaard blijven
tot ze kunnen rijpen tot iets beters.

Het laken was wit,
mijn huid nog onschuldig
en ik betoverd.

Gedicht in woord en beeld
Deel met je vrienden:
Share on facebook
Share on twitter
Share on pinterest
Share on email
0
0
Jouw literatuur